Natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting

Al in de vroegste fase gaan wij uit van een natuurinclusief en klimaatadaptief ontwerp. Hiermee vergroten wij de plaatselijke biodiversiteit en waterberging, en verlagen wij de schadelijke lokale effecten door hittestress en droogte. Zodra wij een perceel kunnen betrekken vragen wij lokale deskundigen om inzichtelijk te maken op welke soorten wij het beste kunnen inzetten. Daarbij kan rekening worden gehouden met lokaal voorkomende soorten en de eigenschappen van het perceel en de omgeving.

Uitgangspunten van een natuurinclusieve terreininrichting zijn o.a. het gebruik van kruidenrijke bermen en inheemse houtopstanden, de passeerbare houtwal, afgestemde verlichting, en waterberging. Ook extensivering van agrarisch gebruik door de voedselcoöperatie en onttrekking uit agrarisch gebruik door bewoning leiden tot een ecologische plus. Uitgangspunten van een klimaatadaptieve terreininrichting zijn de aanleg van groen, waterafvoer en -berging, en het creëren van schaduw.

Houtwal

Een houtwal is een lijnvormige aarden wal begroeid met bomen, heesters, en struiken. Deze heeft meerdere functies. De houtwal breekt de wind. Hierdoor liggen achterliggende huizen in de luwte, tochten zij minder door, en verbruiken op die manier minder energie voor de verwarming.

Houtwallen vormen een geschikte leefomgeving voor veel verschillende soorten planten, dieren en insecten. Ze zijn van belang voor vleermuizen om zich te oriënteren en als verbindingszone voor vlinders en allerlei zoogdieren. Bovendien bieden ze vogels en kleine zoogdieren nestgelegenheid en voedsel. Door de helling ontstaat variatie in nat, droog, warm en koud. De zonkant is aantrekkelijk voor insecten, amfibieën en reptielen, terwijl de schaduwkant ideaal is voor varens, paddenstoelen, en mossen.

De aarden wal wordt aangelegd met de grond die vrijkomt bij het aanleggen van de waterafvoer en -berging.